Yukos in de Verenigde Staten
Yukos werd vanaf begin 2000 alom geprezen als de opvallendste initiatiefnemer van ‘modernisering’ in de Russische oliesector. De vastberaden – en commercieel gewiekste –focus van het bedrijf op transparantie en corporate governance was grotendeels gebaseerd op Amerikaanse modellen. Die inspanning werd ondersteund (zoals gezegd) door het actief in dienst nemen van buitenlandse specialisten voor sleutelposities, waaronder de Amerikaanse olie-experts Bruce Misamore, die in 2001 als CFO in dienst trad, en Steven Theede, die in 2003 als COO in dienst trad.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Yukos nu en dan betrokken werd in het Amerikaanse gerechtelijk apparaat in zijn strijd tegen het fictief faillissement en de onteigening van activa.
De eerste rechtszaak vond plaats in december 2004, toen de Russische overheid de veiling van YNG in Moskou (zie boven) doordreef. Yukos diende een aanvraag in onder Chapter 11 van de Amerikaanse faillissementswetgeving, hopende dat ze daarmee de acties van de Russische overheid om zijn belastingclaims af te dwingen een halt konden toeroepen. Yukos verklaarde ook dat het financiële flexibiliteit wou om leningen te krijgen die hoger waren dan de schuldvorderingen van de Russische overheid, om verrichtingen te financieren, de belastingschuld te herstructureren, en een overblijvende entiteit tot stand te brengen die namens de aandeelhouders, werknemers en schuldeisers een vergoeding zou kunnen eisen van de Russische overheid en andere entiteiten.
Tijdens de hoorzitting legde het hof verschillende verklaringen af waarbij het akkoord ging met de eisen van Yukos betreffende vooroordelen, de afwezigheid van gerechtigheid, en onteigening:
De inwoners van Rusland, de Verenigde staten en elders hebben een algemeen belang in de gewone voortgang van de gerechtigheid. … In het onderhavige geval, lijkt een dergelijke verbeurdverklaring, voor de aanklager en zijn investeerders, op basis van de bewijzen voorgelegd voor deze rechtbank, tot stand te zijn gekomen door wat een inconsistente toepassing van de Russische wet in het Russische rechtssysteem lijkt.
[d]e bewijslast ondersteunt de bevinding dat het vrij aannemelijk is dat de manier waarop de belastingen aan [Yukos] geheven en afgedwongen werden niet in overeenstemming is met de Russische wet.
[h]et bewijs ondersteunt de bevinding dat de aandelen van [Yukos] in YNG waarschijnlijk zullen verkocht worden voor ongeveer de helft van de door twee verschillende investeringsbanken geschatte waarde.
Ondanks deze sterke verklaringen, besloot de rechtbank uiteindelijk dat, gezien het “geheel der omstandigheden”, de procedure niet toegestaan kon worden. Er werden een aantal redenen gegeven, die zich concentreerden rond het centrale, lastige probleem dat de meerderheid van de zakelijke en financiële activiteiten van Yukos nog steeds in Rusland plaatsvond en de medewerking zou vereisen van de Russische regering – het orgaan dat Yukos net probeerde tegen te houden.
Het zag er steeds onwaarschijnlijker uit dat de Russische activa op een succesvolle manier zouden afgehandeld worden. En effectief, zodra de Russische faillissementsprocedure begonnen was, en de Russische activa van Yukos onteigend waren, werd het gevecht naar een ander terrein verplaatst.
Mazeikiu Nafta en het New Yorkse Bevel tot Bevriezen
Een van de waardevolste niet-Russisch activa was een belang van 53,7% in de Mazeikiu Nafta olieraffinaderij in Litouwen. Mazeikiu, een zogenaamd ‘downstream’ oliebedrijf, hield zich bezig met pijplijnverrichtingen, olieraffinage, scheepsterminalactiviteiten en logistiek van ruwe olie en geraffineerde producten en was ongeveer 1,45 miljard USD waard.
De aandelen in Mazeikiu waren oorspronkelijk in handen van Yukos Finance, de volle Nederlandse dochtermaatschappij van Yukos. Na de herstructurering van de buitenlandse entiteiten van Yukos begin 2006, (zie boven), kwamen de aandelen in handen van Yukos International, dat op zijn beurt in handen was van Stichting I.
Begin 2006 kondigde het management van Yukos International aan dat ze van plan waren om Mazeikiu te verkopen. Het was hun bedoeling om het te beschermen tegen de Russische overheid en er zeker van te zijn dat de opbrengst van de verkoop gebruikt zou worden voor het betalen van de schuldeisers van Yukos, het vertegenwoordigen en beschermen van de belangen van Yukos en het behouden van de procedures, waaronder die voor het EHRM, betreffende inspanningen ‘voor de verdeling onder de aandeelhouders van Yukos Oil Company van eventuele ontvangen en te ontvangen fondsen via een plan in overeenstemming met toepasselijk recht en volgens redelijke en eerlijke principes’.
Toen Rebgun, de Russische curator op 13 april 2006 op de hoogte werd gebracht van het plan van het management van Yukos, startte hij de Chapter 15 Faillissementprocedure op in de Verenigde Staten, om de verkoop van de aandelen in Mazeikiu te verhinderen. Rebgun vroeg de Bankruptcy Court in de VS om internationale hoffelijkheid te tonen tegenover een bevel van het Arbitraz Court in Rusland, en het management van Yukos US te verbieden om het meerderheidsbelang van Yukos in AB Mazeikiu te verkopen. De rechtbank in de VS ging hiermee akkoord en legde een tijdelijk gerechtelijk verbod op, wat sterk leek op het Russische verbod, tot de rechtbank de kans kreeg om een beslissing te nemen betreffende de vraag van Rebgun voor een voorlopig dwangbevel.
Yukos en zijn meerderheidsaandeelhouder, die beiden actief betrokken waren in een marketingproces om een potentiële koper voor Mazeikiu te vinden, verzetten zich tegen de vraag van de waarnemend curator voor voorlopige voorzieningen. Het tijdelijke gerechtelijk verbod dat door het Bankruptcy Court in de VS toegekend was werd verschillende keren uitgebreid om het management van Yukos de kans te geven om Rebgun te voorzien van alle relevante informatie betreffende de geplande verkoop. Desondanks weigerde Rebgun om zijn aanvraag voor voorlopige voorzieningen in te trekken wegens bepaalde risico’s die aan de transactie verbonden zouden zijn.
Bijgevolg hield het Bankruptcy Court in de VS op 25 mei 2006 een nieuwe hoorzitting over de vraag van Rebgun voor voorlopige voorzieningen. Dit keer weigerde de rechtbank om het tijdelijk gerechtelijk verbod verder uit te breiden omdat het ervan overtuigd was dat Mazeikiu voor een redelijke prijs verkocht zou worden en dat de verkoop in het belang van alle partijen was.
De Amerikaanse rechtbank besloot ook dat de rechtbank in Nederland (waar Yukos Finance en Yukos International gevestigd waren) een procedure kon opstarten om de netto-opbrengsten van de verkoop achter te houden in afwachting van het indienen en toekennen van verschillende schuldvorderingen tegen Yukos.
Het bevel dat door het Bankruptcy Court van de VS na de hoorzitting uitgevaardigd werd:
- Gaf het management van Yukos de toelating om de aandelen van Mazeikiu die in handen waren van Yukos te verkopen;
- Eiste van het management van Yukos dat alle netto verkoopsopbrengsten aan de deurwaarder gestort werden onder toezicht van het gerechtshof in Amsterdam; en
- Eiste dat het gerechtshof in Amsterdam een procedure instelde voor het indienen en afhandelen van schuldvorderingen, zodat de opbrengsten van de verkoop van de aandelen in Mazeikiu verdeeld konden worden onder de schuldeisers van Yukos.
In een persbericht van Yukos dat gepubliceerd werd na afloop van het tijdelijk verbod van de rechter stond:
De rechter heeft geconcludeerd dat Yukos Oil Company zich in zijn omgang met Mr. Rebgun op een correcte manier heeft gedragen en een eerlijke verkoopprijs bekomen heeft voor de 53,7% aandelen die het had in de Litouwse raffinaderij AB Mazeikiu Nafta. Het risico gepaard gaande met het niet ondertekenen van een verkoop aan de genoemde koper weegt veel zwaarder door dan de eventuele redenen voor bezorgdheid geuit door Mr. Rebgun en de rechter gaf toestemming om het tijdelijk gerechtelijk verbod te beëindigen zodat Yukos Oil Company de verkoopsovereenkomst op een eerlijke en correcte manier kan afhandelen. Yukos Oil Company is zeer tevreden over deze situatie. Het management werd daarmee in het gelijk gesteld betreffende twee fiduciaire doelstellingen; ten eerste een eerlijke verkoopprijs bekomen, en ten tweede op een correcte manier zorgen voor de opbrengsten die bij het afsluiten van de verkoop in veiligheid gebracht zijn. De uitspraak van de rechter vanmorgen ondersteunde de eerste doelstelling en deze namiddag zal een tweede uiteenzetting in de rechtbank de tweede doelstelling behandelen. We hebben er het volste vertrouwen in dat er een geschikt plan zal ingesteld worden om wettige schuldeisers te beschermen.
De Mazeikiu olieraffinaderij werd uiteindelijk verkocht voor 1,2 miljard USD. In overeenstemming met het bevel om de tegoeden te bevriezen, werden de opbrengsten op een bankrekening in Nederland, op naam van Yukos International, geplaatst.


