Yukos Finance & Het Vonnis van 31 Oktober
Kort na zijn aanstelling begin augustus 2006, kondigde de Russische curator Eduard Rebgun aan dat hij, als vertegenwoordiger van Yukos Oil Company, de enige aandeelhouder van Yukos Finance, van plan was om een resolutie aan te nemen om het huidige management te vervangen door individuen die hij zelf zou kiezen.
Als antwoord daarop startten Yukos Finance en zijn directeurs een kortgeding op voor het Gerechtshof in Amsterdam, om een dwangbevel te eisen dat Rebgun verbood om een dergelijke resolutie aan te nemen. Ze betoogden (onder andere) dat het Russische faillissement schijn was en niet in overeenstemming met de Nederlandse openbare orde, en daarom niet door de Nederlandse rechtbank erkend mocht worden.
Het Gerechtshof in Amsterdam oordeelde dat om te bepalen of het Russisch faillissement “illegaal” was een onderzoek van de feiten nodig was dat buiten het kortgeding viel. (Volgens het Nederlandse procesrecht, is het doel van een kortgeding een voorlopige maatregel bieden bij dringende gevallen en geen slotoordeel vellen over de rechten van de partijen). De Rechtbank kon daarom niet bepalen of het Russisch faillissement al of niet illegaal was, en kon dus Rebgun niet verbieden om een aandeelhoudersresolutie aan te nemen om het management van Yukos Finance te ontslaan.
Het vonnis van het Gerechtshof in het kortgeding werd uitgesproken op 11 augustus 2006. Op dezelfde dag nam Rebgun naar verluidt de aandeelhoudersresolutie aan, ontsloeg hij naar men beweert het bestaande management van Yukos Finance en stelde hij twee nieuwe zelf gekozen directeurs aan.
Als antwoord hierop, spanden Yukos Finance (vertegenwoordigd door de ontslagen bestuurders) en de ontslagen bestuurders zelf voor het Gerechtshof in Amsterdam een proces aan tegen Rebgun en tegen de door Rebgun aangestelde directeurs. Het standpunt van de aanklagers was dat het ontslag van de oude bestuurders nietig was, net als (i) alle andere aandeelhoudersresoluties die Rebgun aangenomen had (zoals de aanstelling van de nieuwe bestuurders) en (ii) alle acties die de nieuwe door Rebgun aangestelde bestuurders ondernomen hadden.
Hoewel het Gerechtshof van Amsterdam in kortgeding Rebgun niet had kunnen verbieden om resoluties aan te nemen waarbij het oude management ontslagen werd en een nieuw management aangesteld werd, betekende dit niet dat dergelijke resoluties geldig waren; een vonnis in kortgeding verbindt een rechtbank er niet toe om dezelfde uitspraak te doen op het eigenlijke proces. Bovendien had het Gerechtshof van Amsterdam geen uitspraak gedaan over de geldigheid van die resoluties, omdat het zich had onthouden om de rechtmatigheid van het Russisch faillissement in overweging te nemen wegens de complexiteit ervan.
Op 31 oktober 2007 deed het Gerechtshof van Amsterdam een uitspraak in het voordeel van het oorspronkelijke management van Yukos Finance. Met uitzondering van de vereiste geldboete (die wel opgelegd werd, maar waarvan het bedrag verminderd werd) werd de eis volledig toegekend.
Op het proces besliste het Gerechtshof eerst dat bij gebrek aan een desbetreffend verdrag, beslissingen van buitenlandse rechtbanken in Nederland alleen in aanmerking kunnen komen voor erkenning als (i) de rechtsmacht van de buitenlandse rechter gebaseerd is op een naar internationale maatstaven aanvaardbare rechtsmachtgrond, (ii) de buitenlandse procedure gevoerd is met inachtneming van de beginselen van een behoorlijke rechtsorde en (iii) de buitenlandse uitspraak niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde.
De Rechtbank onderzocht of de voorwaarden onder (ii) en (iii) voldaan waren in het Yukos proces en besliste (cursivering):
Het Gerechtshof is van mening dat het uit de loop der gebeurtenissen zoals hierboven weergegeven alleen maar kan besluiten dat de wijze waarop en de omvang van de door Yukos Oil verschuldigde naheffingsaanslag door de Russische fiscus en vervolgens door de Russische belastingrechtbank vastgesteld is de toets der kritiek niet kan doorstaan. …
De …hoorzitting voor de belastingrechtbank en het hoger beroep zijn in strijd met de fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging zoals die in Nederland algemeen aanvaard worden en neergelegd zijn in artikel 6 EVRM, maar die ook buiten het toepassingsgebied van die bepaling gelding hebben. … Het besluit van de Rechtbank … is dat bij de vaststelling van de door Yukos Oil aan de Russische Staat verschuldigde belastingen en de omvang daarvan, het bedrijf een eerlijk proces onthouden is.
Het Gerechtshof onderzocht vervolgens of er een oorzakelijk verband was tussen het bepalen van de belastingplicht en het faillissement van Yukos Oil Company. Het kwam tot het besluit dat er wel degelijk een dergelijk verband was en ook dat er bij de faillissementsprocedure geen inhoudelijke, met voldoende waarborgen omklede, rechterlijke toetsing van de wijze van totstandkoming van de door de Russische fiscus opgelegde en door de belastingrechtbank vastgestelde naheffingsaanslagen had plaatsgevonden en ook niet had kunnen plaatsvinden.
Het Gerechtshof besloot vervolgens (cursivering):
Uit het voorgaande volgt dat het Russische faillissementsvonnis waarbij Rebgun aangeduid werd als curator bij het faillissement van Yukos Oil uitgevoerd werd op een manier die niet in overeenstemming is met de Nederlandse beginselen van een behoorlijke rechtsorde en bijgevolg een schending is van de Nederlandse openbare orde. Daarom kan het Russische faillissementsvonnis niet erkend worden en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden van de curator onder de Russische wet kunnen door Rebgun in Nederland niet uitgeoefend worden. Daaruit volgt dat Rebgun niet gemachtigd was om Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen met betrekking tot het uitoefenen door Yukos Oil van de stemming over de aandelen in Yukos Finance. De aandeelhoudersresoluties die door Rebgun in naam van Yukos Oil aangenomen werden, waaronder de resolutie van 11 augustus 2006 om Godfrey en Misamore te ontslaan en de resoluties om de door Rebgun gekozen directeurs aan te stellen als directeurs van Yukos Finance, werden niet genomen door de daarvoor door de wet aangeduide rechtspersoon, en zijn daardoor nietig. Dat betekent ook dat de door Rebgun aangestelde directeurs nooit als directeurs van Yukos Finance aangesteld zijn, zodat ook alle beslissingen die ze genomen hebben nietig zijn.
Dit is een grote overwinning, met verreikende gevolgen. Het is verder een wettelijke bekrachtiging van het feit dat de belastingprocedure en het daaruit volgend faillissement van Yukos fictief waren – dat, zoals de Nederlandse Rechtbank verklaarde, ze de toets der kritiek niet doorstaan.
Deze nochtans klinkende overwinning werd niettemin bemoeilijkt door het feit dat na de laatste hoorzitting maar voor het vonnis van 31 oktober, Rebgun de aandelen van Yukos Finance op een faillissementsveiling in Rusland aan het Russische bedrijf Promneftstroy verkocht had, dat de door Rebgun aangestelde directeurs door nieuwe directeurs vervangen had.
Promneftstroy werd ondertussen in verschillende procedures erkend als een betrokken partij, ondermeer in het hoger beroep tegen het vonnis van 31 oktober 2007, waarbij het erkend werd als een partij bij het proces.


