Yukos in Rusland

In 1996 zag de toekomst van de Yukos Oil Company er somber uit.

Na de instorting van de Sovjet-Unie in 1991, had Rusland een zwak en onervaren centraal bestuur dat verantwoordelijk was voor een enorm land waarvan de economie nog steeds in handen was van machtige managers van staatsbedrijven. Die managers waren niet bereid om noodzakelijke hervormingen te doen.

Die situatie werd zo nodig nog bemoeiljikt door de Russische financiële crisis in het midden van de jaren ’90. Er dreigde een nationale catastrofe, en de Russische overheid was het erover eens dat de dringende privatisering van enkele staatseigendommen, waaronder de door de overheid beheerde olie-industrie, absoluut noodzakelijk was.

Yukos was het resultaat van die privatisering. Het was in 1995 en 1996 in elkaar geflanst en had een vervallen infrastructuur en de kosten rezen de pan uit. Dat alles was het gevolg van slecht management en weinig of geen strategische planning. Er was zo goed als niet geïnvesteerd in productieontwikkeling, en enorme loonachterstanden lagen aan de basis van sociale spanningen in veel sectoren die dreigden te ontploffen.

Om het allemaal nog erger te maken produceerde Yuganskneftegaz (YNG), de grootste en belangrijkste productiedivisie van het nieuwe bedrijf slechts 0,5 miljoen vaten per dag, tegenover 1,4 miljoen vaten per dag in 1987. Het in Siberië gevestigde YNG maakte ongeveer 80 procent van de waarde van Yukos uit en was verantwoordelijk voor het oppompen van het grootste deel van de Russische olie.

Desondanks maakte Yukos, zodra het geprivatiseerd was, een opmerkelijke comeback.

Ondernemend leiderschap, sterk management en gewoon hard werken waren de sleutelelementen voor een aanvankelijk geleidelijk en vervolgens spectaculair herstel. Yukos richtte zich op het genereren van maximale winst door efficiëntie, met gebruik van de meest geavanceerde Westerse technologieën om de productiecapaciteit te verhogen. Dit resulteerde in een indrukwekkende productiestijging en vermindering van de kosten: YNG begon meer den een miljoen vaten per dag te produceren, terwijl de productiekosten drastisch slonken, van 12 USD per vat in het begin van de jaren ’90 tot slechts 1,5 USD per vat.

Yukos begon ook aan een programma van agressieve en ambitieuze internationale expansie, voornamelijk gericht op Oost-Europa. In 2002 kocht het de Litouwse olieraffinaderij Mazeikiu Nafta met een capaciteit van 58,5 miljoen vaten. Dit volgde op de overname van 49% (en de beheersrechten) van het Slowaakse olietransportbedrijf Transpetrol in 2001. Yukos sponsorde ook het Adria pijplijnproject om Russische olie naar de markten in het Middellandse Zeegebied te brengen, en werd een partner van het Hongaarse MOL bij de aanleg van een olieveld in Hongarije, waardoor het zijn belangen op de markt van dat land veilig stelde. Het werkte ook een contract uit met PKN Orlen, een van de grootste Oost-Europese raffinaderijen, om leveringen aan Polen te verzekeren.

Maar wat misschien nog belangrijker is, is dat Yukos een stijl van corporate governance ontwikkelde die duidelijk Westers was. Een essentieel onderdeel van die politiek was het niveau van transparantie dat het bedrijf aanhing. Voor een Russisch bedrijf was dit uniek. Vanaf 2000, richtte Yukos een internationale, onafhankelijke raad van bestuur op, met vertegenwoordigers van de internationale handelsgemeenschap. Het stelde ook een gedragscode op, publiceerde financiële balansen in overeenstemming met GAAP, kreeg audits van externe accountants, en stelde zich open voor financiële analyses. Yukos onderscheidde zich steeds meer door de manier waarop het ernaar streefde om aan de internationale maatstaven van de rechtsstaat te voldoen.

Het bedrijf werd snel gezien als een pionier van de modernisering van de Russische oliesector. Zich richten op het genereren van winst voor aandeelhouders was een nieuwe benadering voor Russische bedrijven, en een die afweek van de manier waarop ten tijde van de Sovjet-Unie zaken gedaan werd. In 2003 zette The Financial Times Yukos op zijn lijst van ‘Top Tien Bedrijven voor Aandeelhoudersvertrouwen’, waardoor het bedrijf weldra in de gunst van Westerse banken en investeerders kwam.

Yukos was ook bereid om informatie vrij te geven voor financiële analyses, wat uniek was in de geschiedenis van een Russisch bedrijf. Het verhoogde de dividenden op de gewone aandelen van 300m USD in 2000 tot 500 miljoen USD in 2001 en 2 miljard USD in de eerste maanden van 2003. De verdiensten van het top management waren rechtstreeks afhankelijk van de groei van de organisatie en de waardering van de aandelen. De hoogstgekwalificeerde en beste werknemers werden aandeelhouders terwijl het middenkader beloond werd met aandelenopties.

Yukos ging ook partnerschappen aan met verschillende Westerse bedrijven en instituten voor de ontwikkeling van vooruitstrevende IT-systemen en opleidingsprogramma’s. Bijvoorbeeld, het ging in 1998 een strategische alliantie aan met Schlumberger, een bedrijf gespecialiseerd in oliediensten, om de efficiënte van de productie te verhogen, terwijl het Franse Petroleum Institute in 2000 opleidingsprogramma’s samenstelde voor de werknemers van Yukos. Yukos ging ook partnerschappen aan met internationale business schools zoals Yale University, en liet specialisten overkomen van de Universiteiten van Texas en Stanford om een technologie-infrastructuur tot stand te brengen.

Het bedrijf was ook het eerste in Rusland dat specialisten en directeurs uit het buitenland aanwierf voor belangrijke functies, ondermeer de Amerikaanse olie-experts Bruce Misamore, die in 2001 als CFO in dienst trad, en Steven Theede, die in 2003 als COO in dienst trad. Die internationale aanwervingen hielpen het ethos van professionalisme en fiduciaire verplichtingen versterken dat de beslissingen van het senior management in verband met de strategie, de aandeelhouders en het personeel van Yukos onderstreepte.

Bruce Misamore uit Ohio speelde een sleutelrol in het verzekeren dat Yukos voldeed aan de hoogste maatstaven op het vlak van operational excellence, corporate governance, financiële rapportering en het onderhouden van relaties met investeerders.

“Het leek een plek waar ik een belangrijke positieve bijdrage zou kunnen leveren”, zei Misamore, “niet alleen aan het bedrijf, maar aan de Russische economie in ruime zin”.

De in Kansas geboren Steven Theede werd alom gezien als een leidinggevende expert in de sector toen hij bij Yukos in dienst trad, met meer dan 30 jaar ervaring in oliebedrijven. Nadat hij in 1974 aan de Kansas State University zijn diploma in werktuigkunde behaald had, werd Theede door Conoco in verschillende managementfuncties tewerkgesteld, waaronder die van President for Exploration and Production in Europa, Rusland, en het gebied rond de Kaspische Zee.

En zo komt het dat, tegen alle verwachtingen in, Yukos een internationaal gerespecteerd, en zeer succesvol bedrijf werd. De beurswaarde ervan steeg van 320 miljoen USD in 1999 tot 21 miljard USD in 2003, en piekte op 36 miljard USD in maart 2004.

Wat net zo belangrijk was, was dat Yukos de weg voorbereid had voor een nieuw tijdperk van transparantie in Rusland. In die tijd schreef het Russisch dagblad Nezavisimaya Gazeta, “Yukos is een bedrijf met een managementfilosofie die totaal verschilt van die van de oude oliebaronnen. Het is een filosofie gebaseerd op de studie van Westerse ervaring. En de oorsprong ervan gaat eigenlijk niet terug op de economie van de Sovjet-Unie.”

Maar dit succes vormde schijnbaar de kiem van de uiteindelijke ondergang van het bedrijf.

De meeste Russische economische en administratieve systemen waren nog steeds grotendeels Sovjet, en de modernere benadering van Yukos werd vaak gezien als een afwijzing van de Sovjet manier. Hoewel men zou kunnen zeggen dat Yukos de pionier was van het Russische model van corporate governance, financiële rapportering en het onderhouden van relaties met investeerders, kan de vervreemding van het bedrijf van het socialistische verleden de katalysator van zijn ondergang geweest zijn. Cultureel gezien was de sprong die Yukos maakte gigantisch, en velen waren nog niet klaar om de denkrichting die daarvoor nodig was aan te nemen.

Bijgevolg besloot de Russische overheid om terug de controle over te nemen van wat ze nu als een strategische onderneming beschouwde, en startte ze een campagne op niet van nationalisatie, (wat compensatie door de Staat impliceerde) maar gewoonweg van onteigening.