Yukos Fictief Faillissement

Dit lange proces leidde tot het gedwongen faillissement van Yukos.

Als onderdeel van zijn normale handelsverrichtingen had Yukos bij een bankenconsortium een lening gesloten die moest terugbetaald worden. Het betrof ondermeer een lening van de Société Générale van 30 september 2003. Normaliter zou het geen probleem geweest zijn voor Yukos om zijn verplichtingen na te komen, maar omdat zijn activa bevroren waren was Yukos verlamd.

De hoofdaandeelhouder van Yukos, Group Menetap Limited, (GML), had eerder geprobeerd om een drama te voorkomen door met de banken te onderhandelen. Mits een borg had Moravel, een onrechtstreekse dochtermaatschappij van GML, op 25 mei 2004 de plaats van de Société Générale ingenomen. Kortom, het geld dat Yukos verschuldigd was aan de Société Générale was nu verschuldigd aan Moravel.

Maar jammer genoeg was dit niet voldoende; het was duidelijk dat de Russische overheid vastbesloten was om Yukos door middel van een gedwongen faillissement te vernietigen.

Als gevolg van de belastingaanslagen en het feit dat de Russische staat er zelf voor gezorgd had dat die niet betaald zouden kunnen worden, bleef Yukos eind 2005 in gebreke met het afbetalen van een lening die door een groep banken was uitgegeven, en waarvan nog zo’n 480 miljoen USD openstond.

Op 13 december 2005 sloten die banken een overeenkomst met het Russische staatsbedrijf Rosneft, waarbij ze hun schuldvordering tegen Yukos verkochten. Een van de voorwaarden in het akkoord was dat de banken voor de toewijzing van de schuldvordering in Rusland het faillissement van Yukos aanvroegen. En zo geschiedde.

Op 6 maart 2006 diende de groep banken dus een aanvraag in om de Yukos Oil Company failliet te laten verklaren. Daarna werd de claim toegewezen en Rosneft nam de afhandeling van de faillissementsaanvraag over. Op die manier werd een eerdere verklaring van de Russische President Poetin op een cynische manier gerealiseerd: dat de Russische staat geen aanvraag zou indienen om Yukos failliet te laten verklaren.

Op 28 maart 2006 werd de Russische insolventieprocedure opgestart, onder toezicht van de aangeduide Russische curator, Eduard Rebgun. De taak van Rebgun bestond er in de activa van Yukos te verkopen, mocht het bedrijf failliet verklaard worden. Die activa waren vanzelfsprekend aanzienlijk, en bevonden zich niet alleen in Rusland. Rebgun werd daarom een centrale figuur in de Yukos-affaire, want het juridische slagveld verplaatste zich van het politiek gekleurde Russische rechtssysteem naar de Europese en Amerikaanse rechtbanken.

Na de aanstelling van Rebgun werd in juni en juli 2006 een vergadering met de schuldeisers belegd. Op die vergaderingen stelde Yukos ‘het Plan’ aan de schuldeisers voor, een voorstel om alle schulden van Yukos trapsgewijs terug te betalen en het bedrijf als een bloeiende onderneming in stand te houden. Er bestond nooit twijfel over dat Yukos insolvabel was door cashflowproblemen als gevolg van het bevriezen van zijn activa en de verkoop van YNG. Maar het Plan stelde een afbetalingsschema voor waarbij ook erkend werd dat Yukos als onderneming zelf verre van insolvabel was.

De Russische fiscus had op die vergadering meer dan de helft van de stemmen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het Plan van Yukos verworpen werd. (Het is belangrijk om weten dat zo goed als alle andere schuldeisers voor het Plan stemden, maar het was tevergeefs).

In dezelfde vergadering werd ook gestemd om Yukos al of niet failliet te verklaren. Opnieuw stemden de Russische fiscus, Rosneft en YNG (dat overgenomen was door Rosneft) voor en bijna alle andere schuldeisers tegen. Bijgevolg verklaarde de rechtbank van Moskou op 1 augustus 2006 de Yukos Oil Company failliet.

Het was een fictief faillissement, want de activa van Yukos waren veel meer waard dan de schulden ervan.

De Russische overheid gaf dat ook toe. Kort voor de aanvraag tot faillissement in maart, verklaarde de Russische rechtbank dat, ondanks een nieuw bevel tot het bevriezen van alle activa van Yukos, die activa de schulden van het bedrijf met 46,2 miljard RUB (1,38 miljard EUR, of ongeveer 1,65 miljard USD) overschreden.

Feit blijft dat Yukos niet insolvabel was, zelfs als men rekening hield met de belastingaanslagen. Dat wordt eenvoudig aangetoond door het feit dat alle schuldvorderingen die voor het faillissement erkend waren door de Russische curator (waaronder de niet-bestaande vorderingen van de fiscus, Rosneft en YNG) bij het faillissement integraal betaald werden. Ondanks het feit dat de opbrengst van de veiling de schulden overschreed, werden er aan de aandeelhouders geen dividenden uitgekeerd.

Yukos Oil Company was niet meer; onder dwang van een fictief faillissement werd het bedrijf geschrapt uit het Russische handelsregister en de in Rusland gevestigde activa werden door de staat onteigend.

Maar de internationale strijd was pas begonnen. De Russische rechtbanken konden geen recht spreken op een onpartijdige manier; daarom wendde het vroegere management van Yukos zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. En de Russische curator, Rebgun, maakte nu jacht op de buitenlandse activa van Yukos; het vroegere management haastte zich daarom om ze te beschermen.